Archeologisch onderzoek N69 levert waardevolle historische informatie op

Nieuwe N69

Uit een landschap valt heel veel informatie te halen. Zo ook in het gebied rond de Nieuwe N69. Archeologen deden daarom hier de afgelopen periode grondig onderzoek. Inmiddels zijn er al interessante historische vondsten gedaan, zoals sporen van een boerderij uit een periode waarover nog maar weinig bekend is.

Bodemschatten
In de fase voorafgaand aan de bouwwerkzaamheden voor de nieuwe weg wordt archeologisch onderzoek gedaan. Ligt er eenmaal asfalt, dan zijn de eventuele bodemschatten namelijk voorgoed verdwenen. Archeoloog Jan Roymans vergelijkt het landschap met een archiefkast. “Dit boek kan je maar één keer lezen. Ik lees graag een boek zonder uitgescheurde bladzijden. Daarom is een nauwkeurige aanpak bij archeologisch onderzoek heel belangrijk.”

Afstemmen en plannen
De fases van het archeologisch onderzoek stemt Roymans dan ook goed af met Boskalis, de provincie en de desbetreffende gemeentes. “Elke fase in het archeologisch onderzoek plannen we zorgvuldig. Alles gaat in nauwe samenwerking met elkaar. Al vroeg in het proces zijn archeologen erbij betrokken. Zo wordt archeologisch onderzoek goed ingepast in de planning van de wegenbouwers. Sterker nog: onze neuzen staan dezelfde kant op. We beargumenteren onze keuzes en maken vervolgens sámen met Boskalis en bevoegde gezagen afwegingen: waar en wanneer vinden graafwerkzaamheden plaats en hoe zorgen we dat we zo min mogelijk waardevolle informatie verliezen?” De vondsten hebben dan ook geen consequenties voor de aanleg van de weg.

Trechter
Om dat allemaal precies in kaart te brengen, werkt het archeologisch team in onderzoeksfases. “We beginnen grof en zoomen dan steeds verder in. Zie het als een trechter,” legt Roymans uit. De archeoloog begint zijn onderzoek achter het bureau. “Wat is er al bekend over het gebied, wat staat er over opgetekend? Van sommige zones weten we al min of meer wat we kunnen verwachten. Vervolgens toetsen we die verwachtingen met een booronderzoek. Zo krijgen we inzicht in het bodemprofiel. Is het nat of droog? Is het ooit eerder verstoord of nog helemaal gaaf?”

Proefsleuven
Om nog verder in te zoomen graven de archeologen proefsleuven in de, tijdens het booronderzoek, geselecteerde zones. “Als we daar interessante vondsten doen, vragen we de afdeling archeologie van de provincie toestemming om verder te gaan naar de volgende fase: de daadwerkelijke opgravingen. Dan moeten we wel zeker zijn van onze zaak. Bij de Mgr. Smetsstraat ben ik dat. Hier is inmiddels al proefsleuvenonderzoek gedaan. We vonden sporen van een boerenerf uit – ik vermoed – de 15e en 16e eeuw. Zeker weten: waardevolle historische informatie. Van boerderijen uit deze periode is weinig bekend, omdat de fundering ervan heel ondiep is.”

Waterputten
“In de proefsleuven troffen we grijze en donkerbruine vlekken aan onder de teelaarde. Dat duidt op de vroegere aanwezigheid van houten palen die samen een plattegrond van een boerenerf vormen. Mogelijk is het boerenerf meerdere generaties bewoond geweest. We troffen in de sleuf ook bewijs van het bestaan van twee waterputten. Een waterput kan heel nuttige vondsten bevatten. Doordat het honderden jaren afgesloten is geweest van zuurstof, zijn de bodemlagen die bestaan uit organisch materiaal zeer goed geconserveerd. Mogelijk bevatten deze lagen plantresten uit die tijd waardoor we een reconstructie kunnen maken van wat er destijds groeide in de directe omgeving van het boerenerf.”

Inmiddels hebben de archeologen de zone geselecteerd voor onderzoek. Na de opgravingen volgt documentatie, fotografie, en determinatie en datering van de bodemvondsten. Jan Roymans: “Op die manier proberen we het complete boerenerf én de omgeving te reconstrueren.”

Omgeving betrekken
Archeologie is niet alleen het domein van vakspecialisten. Roymans wil de historische informatie straks met een breder publiek delen. In oktober, november gaan de archeologen echt aan het graven bij de Keersop, op zoek naar meer resten van het oude boerenerf. Jan Roymans: “Dan gaat spreekwoordelijk het deksel van de put. We betrekken bij het archeologisch onderzoek ook de plaatselijke heemkundekring om lokale kennis in te brengen. Als we alles eenmaal in kaart hebben gebracht, gaan we de historie inzichtelijk en zichtbaar te maken. Ik denk aan een 3D-tekening waarop het erf, de boerderij, de stallen en zelfs het landschap eromheen te zien is. Visuele informatie spreekt uiteindelijk toch het meest tot de verbeelding.”