Geschiedenis en kwaliteiten gebied

De kracht van het gebied
De kracht van het gebied van de Grenscorridor N69 is dat op korte afstand van elkaar de verschillende ruimtelijke eenheden die voor het Brabants zandlandschap zo kenmerkend zijn allen goed te beleven zijn. Het ene landschap is aantrekkelijker voor de recreatie en het andere bijvoorbeeld weer geschikter voor grootschalige landbouw. Het gebied is daarmee een veelzijdig gebied met een groot aantal verschillende actoren en belangen. Die belangen lijken soms tegenstrijdig maar juist de notie dat iedere toekomstige ingreep bij zal dragen aan het geheel is van groot belang. Daarmee is het geheel van samenhangende eenheden binnen het grenscorridorgebied méér dan alleen de som der delen. De kern van het verhaal draait om: water, natuur, landbouw, landschap en recreatie.

watermolen

Water
(Grond)water is een van de belangrijkste ordenende principes van het huidige landschap. Het studiegebied wordt gedomineerd door vier beken. De Run aan de westzijde, de Keersop, de Beekloop in het centrale deel en de Dommel aan de oostzijde. Deze beken komen aan de noordzijde van het gebied samen in de Dommel. Tussen de beken liggen de hogere gronden waar water infiltreert. Dit water komt als kwel weer naar boven in de beekdalen. Het water ordent het landschap dus niet alleen op een zichtbare manier door middel van de beken en beekdalen, maar ook sterk dwars op de stroomrichting van de beken. De onzichtbare grondwaterstromen van de hoge gronden naar de beekdalen zijn van essentieel belang voor het functioneren van zowel landbouw op de flanken van de dalen als de natuur in de beekdalen. Met name ten behoeve van de landbouw zijn veel beken in het verleden gekanaliseerd, en zijn beekdalen beter ontwaterd. Hierdoor is de waterbergende capaciteit van de beekdalen afgenomen, en wordt er minder gebiedseigen water vastgehouden. Bij piekafvoeren leidt dat onder andere tot waterproblemen in Eindhoven. Waarmee tegelijk duidelijk wordt dat juist water als integraal onderdeel van de streek moet worden gezien. Het hermeanderen van beken kan helpen water langer vast te houden, maar het herinrichten van de beekdalen kan ook gecombineerd worden met het aanleggen van waterbergingsgebieden om serieuze pieken af te vangen. Het vernatten van de beekdalen heeft bovendien een gunstige uitwerking op de natuurwaarden. Veel van deze maatregelen worden gecombineerd in het huidige natte natuurparelbeleid van Waterschap De Dommel.

water

Natuur
De ecologische waarden zijn sterk gerelateerd aan de landschappelijke opbouw. De twee belangrijkste natuurtypen zijn de beekdalsystemen met overstromingsvlaktes en de bos- en heidecomplexen. De beekdalsystemen zijn van grote waarde voor het gebied omdat ze van zichzelf een verbindende functie hebben en daarmee goed passen in de doelstellingen van de ecologische hoofdstructuur (EHS). Ook de (potentiële) natuurwaarden van de beekdalen zijn hoog. De Beekprik komt in Noord Brabant bijvoorbeeld enkel in de Keersop voor. De beekdalen hebben ook een hoge potentiële natuurwaarde als natte schraalgraslanden, vloeivlaktes en elzebroekbos. De bos- en heidecomplexen liggen aan de oostzijde van het projectgebied. De Malpiebergse Heide, waar de huidige N69 doorheen loopt is hier het belangrijkste aaneengesloten complex. Het wordt aan de oostzijde begrensd door de Malpie, een nat heidereservaat en de loop van de Dommel. Ook voor de Malpie geldt dat het terrein lijdt onder verdroging. Dankzij de hoge natuurwaarden in deze twee landschapstypen is een groot deel van de Grenscorridor aangewezen als Natura 2000 gebied. Naast het behoud en versterken van de twee belangrijkste eenheden, de beekdalen en het bos- en heidecomplex ligt er een kans om deze eenheden dwars op de beekdalrichting met elkaar te verbinden. Daarmee kunnen kleine gebiedjes ontsnipperd worden. Het weer laten meanderen van beeklopen kan tevens de natuurwaarden vergroten doordat natuurlijke dynamiek weer meer invloed krijgt. In de boscomplexen kan de omvorming van naaldhout naar gemengd bos de natuurwaarden verhogen.

natuur

Landbouw
De landbouw in het gebied heeft voor een belangrijk deel het huidige uiterlijk van het landschap bepaald. Vooral daar waar oude agrarische patronen zichtbaar zijn wordt het landschap ook ruimtelijk hoog gewaardeerd. Oude landschappelijke elementen zoals houtwallen, de kleinschalige verkaveling in de beekdalen en de essencomplexen zijn van agrarische oorsprong en van groot belang voor het afwisselende landschapsbeeld. Dit is goed te zien bij de kleinschalige essencomplexen in de omgeving van Riethoven. De meest rendabele agrarische gronden zijn de jonge ontginningen waar de kavels ingericht zijn op een grootschalige productie. De grondgebonden landbouw is hier de belangrijkste agrarische speler, en het merendeel van deze gronden is dan ook bestemd als agrarisch gebied, wat betekent dat hier goede ontwikkelmogelijkheden zijn voor de landbouw. Meer kleinschalige landbouwgebieden zijn er rond de beekdalen en op de essen. In de kleinschalige agrarische gebieden zal landbouw de drijvende kracht blijven maar zal ook gezocht worden naar nieuwe perspectieven. Zo kan gedacht worden aan meer verbrede vormen van landbouw zoals groenblauwe diensten. Verbreding van de landbouw zou hier bij kunnen dragen aan het versterken van de landschappelijke structuur en de natuurwaarden. Waar mogelijk, en dat zal vooral voor de jonge heideontginningen gelden, zou herverkaveling (structuurverbetering) in combinatie met duurzaamheidsmaatregelen perspectieven voor een grootschaliger landbouw kunnen bieden. Een andere kans is het toepassen van de high tech innovaties.

landbouw

Landschap en cultuurhistorie
Landschap heeft in bijzondere positie omdat alle voorgaande aspecten tezamen het landschap vormen. Toch is het nuttig om iets te zeggen over het landschap als geheel. In het landschap van de Grenscorridor komen landbouw en natuur samen in een cultuurhistorisch heel rijk landschap. De leesbaarheid van historische groei maken het bovendien tot een aantrekkelijk landschap om in te recreëren. Daarmee is het voor zowel mens als dier een gebied dat relatieve rust uitstraalt ten opzichte van de economische bedrijvigheid van de Brainport. Juist in de combinatie en verwevenheid van cultuur en natuur ligt een belangrijke kracht van het gebied van de Grenscorridor. Er zijn veel kleinschalige landschappelijke elementen zoals houtwallen, beekbegeleidende beplanting en laanbeplanting verdwenen. Door deze te herstellen kunnen ook de verschillende landschapstypen weer beter herkenbaar worden gemaakt. Een andere mogelijkheid waarop de cultuurhistorie beter herkenbaar en beleefbaar kan worden gemaakt is het aanleggen van recreatieve routes die langs interessante historische plekken leiden of door oude routes nieuw leven in te blazen.

valkenswaardhistorie

Het ontstaan van het Grenscorridorgebied
Enorme dekzandruggen woeien tijdens het Pleistoceen op uit de droogstaande Noordzee. Deze ruggen lopen, dwars op de overheersende windrichting, van het zuidwesten naar het noordoosten. De rug die het gebied van de Grenscorridor heeft gevormd loopt van de Malpie via de Strabrechtse Heide naar de Vlierden bij Deurne. De glooiingen die door de dekzandruggen zijn ontstaan lopen globaal van zuidwest naar noordoost iets af. Vanaf deze ruggen ontspringen de beken die zo kenmerkend zijn voor het Brabants landschap, en eigenlijk de haarvaten zijn van het Zuid-Nederlands watersysteem. Deze beken ontstonden in het Holoceen en hadden van oorsprong een sterk meanderend karakter. Geologisch zit het gebied echter ingewikkelder in elkaar dan het lijkt. Door het gebied lopen verschillende breuklijnen waaronder de breuk van Vessem. Deze breuken hebben een grote invloed op de waterhuishouding in het gebied. De watermolens in het gebied bijvoorbeeld, markeren vaak zo’n geologische breuk in het landschap.

Recreatie
De grenscorridor is een aantrekkelijk gebied om te verblijven. Zowel voor bewoners van de dorpen in het gebied als voor de inwoners van Eindhoven en Veldhoven biedt het landelijk gebied door het fijnmazig netwerk van zandpaden goede mogelijkheden de rust op te zoeken. De beekdalen en de bos- en heidecomplexen vormen een aantrekkelijk landschap om in te recreëren. Ook is het mogelijk op de Dommel te kanoën, en zo vanaf het water het landschap te beleven. Voor de fietser zijn de vele lokale wegen vaak aantrekkelijk vanwege de singels. Voor het versterken van de recreatieve potenties van het gebied wordt gedacht aan het versterken van het routenetwerk voor fietser. De aansluiting op het stedelijk gebied is hierbij van groot belang. Bij het versterken van het recreatieve netwerk kunnen landschappelijke structuren zoals de beekdalen een belangrijke rol spelen. Daarnaast kunnen een aantal ontbrekende schakels worden ingevuld om het netwerk optimaal te laten functioneren. Ook voor de wandelaar valt nog wat te winnen, bijvoorbeeld door paden bij en in de omgeving van de beken aan te leggen, maar ook juist door aantrekkelijke verbindingen tussen de verschillende beekdalen te maken. Vanuit landschap en cultuurhistorie kan worden gedacht aan het beter herkenbaar maken van landschappelijke elementen en structuren, zoals kerkpaden. Daarnaast moet gestimuleerd worden dat agrarische bedrijven die inzetten op een verbrede bedrijfsvoering kunnen aanhaken op het recreatieve netwerk.

recreatie

Sociaal-economisch
Tegenover het landelijke karakter van het gebied staat een sterke sociaal-economische groei in de afgelopen decennia. Bedrijven zoals eerst Philips en later ASML hebben een enorme invloed gehad op de steden Eindhoven en Veldhoven en zijn een belangrijke economische motor achter sociaal-economische, maar ook ruimtelijke ontwikkelingen in het gebied. De regio ontwikkelt zich economisch ook sterk dankzij de Brainport. Een sterk kennisgeoriënteerde technologieregio die zich uitstrekt over een groot deel van zuidoost Nederland maar haar kern heeft in Veldhoven en Eindhoven. Denk onder andere aan High Tech Campus Eindhoven en Maxima Medisch Centrum. De Brainportregio wil in 2020 de derde belangrijkste technologieregio van Europa zijn. Dat betekent een groei van de economie, groei van het aantal banen, en extra druk op infrastructuur en omgeving. Het gebied ten zuiden van Eindhoven en Veldhoven krijgt daarmee een belangrijke rol als uitloopgebied. Daarnaast is het voor de regio Eindhoven-Veldhoven en de Brainport als werkgebied van groot belang dat het bereikbaar blijft voor werknemers die in België wonen. Het Maxima Medisch Centrum bijvoorbeeld heeft meer dan duizend Belgische werknemers. En ook ASML is een zeer belangrijke werkgever in de regio met zo’n vijfduizend werknemers.

02 medewerkers achtergrond onderzoeksopstelling

Sterke match
Het gebied ten zuiden van Eindhoven is onderdeel van het Brabants Zandplateau en is grotendeels gevormd tijdens het Pleistoceen. Wat betekent dit voor water, natuur, landschap, landbouw en recreatie? De kwaliteiten van het gebied zijn het relatief rustige landelijke gebied ten zuiden van Eindhoven- Veldhoven ten opzichte van de dynamische Brainport. Een belangrijke kans voor het gebied is dat het deze twee verschillende kwaliteiten kan verenigen. De dynamische Brainport ten opzichte van de landelijke kwaliteiten van het gebied tussen de Brainport en de Belgische grens is als een heel sterke ‘match’. Het rustige landelijke gebied kan de aantrekkelijkheid van de Brainport als vestigingslocatie vergroten. Daartoe dienen lokale kwaliteiten in het gebied herkend te worden en versterkt.

Ambitiekaart
Alles komt terug in een ambitiekaart die de kwaliteiten en kansen verbeeldt van het grenscorridorgebied. De cultuurhistorische landschapseenheden vormen de fysieke basis. Het gaat om de beekdalen, de essen, de jonge heide ontginningen en de heide/boscomplexen. Vanuit de kenmerken van deze gebieden is aangegeven wat de samenhangende mogelijkheden en kansen zijn voor landbouw, water, natuur, recreatie en landschap.  Dit is vertaald naar onderstaande kaart.

ambitiekaart

Ambitiekaart

 

Nieuwsbrief

Meld u aan voor de nieuwsbrief, wij houden u op de hoogte van de laatste ontwikkelingen.
Please wait